Bond Precaire Woonvormen

Toen duidelijk werd dat de Covid-19 uitbraak een pandemie aan het worden was en dat er onvermijdelijk flinke economische consequenties gingen komen voor mensen die het toch niet erg breed hebben, dacht men bij woningbouwvereniging Soweto dat er iets moest gebeuren om het leed onder de huurders te verzachten. Hieronder een interview met een vrijwilliger van Soweto.

“Verschillende bewoners werken in de nu getroffen sectoren zoals de horeca en cultuur, meestal met precaire contracten en lang niet altijd met uitzicht op de TOZO of een andere regeling.” De woningbouwvereniging overwoog om eerst te inventariseren wie wat nodig had, maar zag in dat dit waarschijnlijk te veel tijd zou kosten, terwijl ze juist snel een signaal en concrete verlichting wilden aanbieden. Zo kwamen ze op een aanbod voor een huurverlaging voor de maanden april, mei en juni. “Zodoende konden we meteen iets voorstellen, en afhankelijk van de individuele reacties extra maatwerk bieden indien nodig. De 25% verlaging is daarna in een aantal specifieke gevallen in overleg doorgevoerd. Wij hebben gekeken of er voldoende reserves waren voor zo’n gebaar, en met een beetje hangen en wurgen kunnen we dit doen zonder dat geoormerkte reserveringen zouden moeten worden aangesproken. Zakelijk gezien is het ook veel logischer om een huurder een tijdelijke verlaging te geven dan toe te kijken hoe de huurder failliet gaat en vervolgens helemaal geen huur meer betaalt, toch?”

Hoe zijn huren normaal gesproken opgebouwd bij woningbouwverenigingen of corporaties? Met andere woorden, wat is eventueel de buffer die zou kunnen worden aangesproken op dit moment om de lasten te dragen? 

Vrijwilliger Soweto: “Dat vind ik dus een moeilijke vraag. De ‘normale’ verdeling die je schetst is denk ik eerder een grove vuistregel die huisvestingsboeren gebruiken dan een serieuze boekhoudkundige maatstaf. Het vragen van de ouderwetse ‘sleutelgeld’ mag wel in Nederland officieel afgeschaft zijn, de huisvestingsmarkt gonst van creatieve termen om winstpraktijken te verhullen, en niet alleen bij commerciële partijen. De ‘liberaliserings’ mantra uit Den Haag van de laatste jaren heeft dit alleen maar verergerd.”

Bij Soweto wordt een zuinig en niet-commerciëel bewind gevoerd, waarbij veel ruimte is voor zelfwerkzaamheid: initiatief van en overleg met de huurders. “De huursom is gebaseerd op vrij ingewikkelde berekeningen op basis van technische en economische aannames. Die zijn weliswaar geprojecteerd op een aantal jaren vooruit, maar met een huuropbouw die niet op gebakken lucht is geënt en een beetje goede wil kunnen we in dit geval tijdelijk wat aanpassingen doorvoeren.”

Waarom zouden andere woningbouwverenigingen dit moeten doen?

“We hebben natuurlijk geen inzicht in de financiën van grote verhuurders en woningcorporaties, en we vinden ook dat het niet onze rol is om anderen te vertellen wat ze moeten doen. Het ligt voor de hand om te denken dat bijvoorbeeld een De Key die in staat is om beleidsstukken te produceren met als slogan ‘duidelijkheid door tijdelijkheid‘, toch ook in staat moet zijn om huurverlaging dan wel andere creatieve maatregelen te nemen om de huurders te ontzien – als ze het maar echt willen.”

Bij Soweto weten ze dat huurders van woonbouwverenigingen met een actieve solidaire praktijk een lage score aan wanbetalers hebben. “Als verhuurders het nut van solidariteit met huurders niet inzien, dan zouden ze ook puur uit pragmatische overwegingen kunnen bedenken dat een goed behandelde huurder op de lange termijn economisch extra betrouwbaar en dus waardevol is.”

Meer over het algemene stelt Soweto dat “als de minister, en de partijen die deze coalitie nog steunen, niet geobsedeerd zouden zijn met economische beloftes van ‘marktgroei’ en andere onzin, ze zouden kunnen inzien dat het centraal eenmalig afschaffen van de huurverhoging een buitengewoon simpel en doeltreffende solidariteitsmaatregel zou zijn. Ze zouden dan ook bijvoorbeeld de corporaties kunnen compenseren door een verlaging van de verhuurdersbelasting.”