Bond Precaire Woonvormen



Het contrast tussen het nieuwe ‘Parel Moerwijk’-billboard en het dichtgetimmerde spookbuurtje kan niet groter.

Moerwijk, een echte Haagse woonwijk, zal ophouden te bestaan. Tenminste, als het aan projectontwikkelaar WOM Den Haag Zuidwest ligt. Ze wordt binnenkort aangeprezen als ‘Parel Moerwijk’. Met deze pronkzuchtige naamsverandering is de rebranding tot luxueuze woonwijk compleet. We geven hier inzicht in hoe het gentrificatieproces zich in Moerwijk ontvouwt en waarom dit schadelijk is voor de oorspronkelijke bewoners van de wijk.

Al in 2002 lagen er plannen voor de herstructurering van Moerwijk-Oost, maar onder andere door de economische crisis in 2008 en de zeer slechte financiële situatie waar woningcorporatie Vestia in verkeerde, bleven grote investeringen in de wijk jarenlang uit — tot eind 2017 in de nieuwe gebiedsverkenning delen van de wijk als slooprijp werden bestempeld. Het Sociaal Statuut stelt woningcorporaties verplicht om bewoners in een zo vroeg mogelijk stadium op de hoogte te brengen van sloop- of renovatiewerkzaamheden. Volgens buurtonderzoek van de SP zijn er anderhalf jaar later nog maar weinig bewoners goed op de hoogte van wat er te gebeuren staat. In de praktijk blijkt Vestia hier dus geen prioriteit aan te geven.

Door het gentrificatieproces worden families en hechte buurtgemeenschappen met kwalitatief hoogwaardige sociale verbanden uiteen gerukt en gedwongen om te verhuizen naar een andere rand van de stad of daarbuiten, waarmee de sociale woningvoorraad, met een geschat tekort van 315.000, alleen maar verder onder druk komt te staan. De kans dat zij ooit nog een huurhuis voor de prijs van hun voormalige huurwoning kunnen huren is zo goed als uitgesloten. En dat heeft natuurlijk desastreuze gevolgen voor een grote groep bewoners van een wijk die bekend staat als één van de armste buurten van Nederland.

Naast sociale huurders en particuliere huurders zijn ook de 30 kleine ondernemingen in het oude kazernepand slachtoffer geworden van de grootschalige nieuwbouwplannen. Deze ondernemingen, die samen garant staan voor 100 arbeidsplaatsen voor o.a. laag opgeleid personeel, moeten per 1 juli 2020 vertrekken om plaats te maken voor 4 woontorens met een totaal van 542 woningen, waarvan slechts 144 sociale huur zouden worden (noot 1).


Spandoek: ‘DE KAZERNE MOET BLIJVEN’

In de volgende stap van het proces worden, ver voor de daadwerkelijke sloopdatum, huurcontracten ontbonden en huurders die huurrechtbescherming genieten vervangen door antikraakhuurders, gefaciliteerd door antikraakbedrijven met een sterk winstoogmerk — Ad Hoc in dit geval. Door antikraak in te schakelen respecteert Vestia niet eens de minimale huurrechten voor tijdelijke bewoning die de Leegstandwet biedt. Hun voordeel bij vroegtijdig een groep antikraakhuurders in een slooppand deponeren is dat de leegstaande panden van kostenpost tot verdienmodel worden gepromoveerd en dat deze tijdelijke bewoners ervoor zorgen dat de panden niet door krakers kunnen worden betrokken, die dan weer middels kostbare uitzettingsprocedures verjaagd zouden moeten worden. Bovendien hoeven antikraakhuurders slechts 4 weken voor de sloop van hun vertrek op de hoogte gebracht te worden — en laat dat laatste nou precies het geval zijn. Op 1 april 2020 kregen de Ad Hoc-bewoners te horen dat zij hun woonruimte half mei moesten opgeven, te midden van een mondiale gezondheidscrisis. Omdat het onacceptabel is om mensen te dwingen om in coronatijd te verhuizen kwam BPW Den Haag samen met antikraakhuurders van 3 sloopflats in verzet. De Haagse Stadspartij (HSP) stelde raadsvragen en de uitzetting werd uitgesteld tot 1 juli. Loze beloftes van Vestia en Ad Hoc, blijkt later, als de bewoners half mei toch dringend wordt verzocht om per 1 juni al te vertrekken.

De antikraakhuurders zijn nog niet half vertrokken als het marketing concept voor het nieuwe Moerwijk wordt uitgerold. Terwijl de dichtgetimmerde spookwijk nog overeind staat op de plek waar het nieuwe ‘Parel Moerwijk’ moet verrijzen, gaan de eerste luxe koopappartementen al in de verkoop. Voor de kleinste 2 – en 3 kamerappartementen staat een vraagprijs van tussen de €225.000 en €300.000 — een bedrag waar de voormalige bewoners van Moerwijk, met een gemiddeld inkomen van €16.400 per jaar (noot 2), bij lange na niet voor in aanmerking komen.

“Gloednieuw wonen in de bestaande stad, in een huis met het karakter van toen.” — Waar het karakter van de huizen vóór de sloop vooral werd gekenmerkt door achterstallig onderhoud, wordt nu met gekunstelde weemoed een beeld geschetst dat nieuwe bewoners moet lokken.

Bij nieuw te bouwen of renoveren sociale huurwoningen geldt dat woningcorporaties verplicht zijn om de oorspronkelijke bewoners de mogelijkheid op terugkeer te bieden, d.m.v. een voorrangsregeling. Uit de plannen voor ‘Parel Moerwijk’ blijkt echter dat huurders niet eens op herhuisvesting binnen de wijk hoeven te rekenen. Er komen dan misschien wel veel nieuwe woningen bij, maar voor wie? Waar het huidige percentage sociale huur in de wijk tussen de 70% en 80% ligt, zakt het in de nieuwe plannen richting de 35% (noot 3). Bewoners van sociale huurwoningen met een inkomen dat in de loop der jaren net boven de inkomensgrens is uitgestegen, moeten bij een nieuw contract opnieuw aan deze grens voldoen, en kunnen zo hun recht op een sociale huurwoning verliezen (noot 4). Voor bewoners met een laag inkomen zijn er grote zorgen over de invoering van de Rotterdamwet, waar o.a. Groep de Mos voorstander van is. Deze wet stelt dat mensen met een laag inkomen uit bepaalde wijken geweerd kunnen worden, om zo de ‘leefbaarheid’ te verbeteren. In de Woonagenda 2019-2023 van de gemeente Den Haag is de wet specifiek van toepassing om de situatie in Moerwijk te ‘verbeteren’. Uit onderzoek van de UvA blijkt echter dat de omstreden wet geen aantoonbare positieve effecten heeft op de leefbaarheid van de wijk, maar dat deze hoofdzakelijk allochtonen met een laag inkomen discrimineert (noot 5). Gezien het feit dat het huidige percentage allochtonen in Moerwijk meer dan 75% bedraagt, en het gemiddelde inkomen er ver onder het landelijk modaal ligt (noot 6), is er genoeg aanleiding om aan te mogen nemen dat terugkeer naar de nieuwe sociale huurwoningen voor de oude Moerwijkers een bijzonder lastig verhaal wordt.

Natuurlijk kan de sloop bewoners ook nieuwe kansen bieden. Logischerwijs zou de stadsvernieuwingsurgentie bewoners de kans moeten bieden om hun verwaarloosde huizen te verlaten, om vervolgens in een huis terecht te komen waar ze minder serieuze gezondheidsklachten aan overhouden. Immers, als we het hebben over echte verbetering van de wijk, zou het dan niet het meest eerlijk en gerechtvaardigd zijn als juist deze bewoners de garantie krijgen om in één van de hagelnieuwe woningen in hun oude wijk terug te keren? Zij hebben immers jarenlang moeten leven in gehorige, vochtige en slecht geïsoleerde huizen. Zolang het neoliberale marktdenken de woningvoorraad in haar greep heeft, zal de kans dat ze elders in de stad een nieuw gebouwde sociale huurwoning zullen vinden verwaarloosbaar blijven. Het zal er dus op blijven neerkomen dat bewoners met een stadsvernieuwingsurgentie op tweedehands woningen worden aangewezen, die over 10 jaar misschien dezelfde gebreken vertonen als hun voormalige huis.

Conclusie
Dat Moerwijk-Oost toe is aan renovatie zal geen bewoner betwisten, maar de manier waarop het gentrificatieproces de Moerwijkers onder druk zet is meedogenloos en verwerpelijk. Door de wijk jarenlang te ontzien van nieuwe investeringen wordt het gemakkelijk om ingrijpende nieuwbouw- en renovatieplannen door te drukken, ten koste van de minst draagkrachtigen. De huren in Moerwijk schieten omhoog, de sociale huurvoorraad wordt afgezwakt en de wijk wordt een nieuw imago aangemeten, dat een ander type bewoner naar de wijk moet trekken. Onder het mom van ‘Out with the old, in with the new’ doet de wijkontwikkelingsmaatschappij ‘Out with the poor, in with the rich’. Het is toch godgeklaagd dat plannenmakers keer op keer wegkomen met de kortzichtige visie dat je een buurt pas kunt verbeteren zodra je de oorspronkelijke bewoners hebt weggejaagd? In Moerwijk-Oost komt het verzet te laat, maar voor de rest van Moerwijk en voor tal van andere Nederlandse wijken, waar gemeenten en projectontwikkelaars al staan te popelen om vergelijkbare plannen uit te rollen, hopelijk nog niet!

Met de BPW maken bewoners een vuist tegen huisuitzettingen en de afbraak van het recht op waardige woonruimte. Door elkaar te informeren en ons onderling te organiseren bouwen we aan een sterke beweging: voor een gezond en menswaardig woonklimaat waarin niet de macht van het grote geld, maar betaalbaarheid en woonzekerheid de leidende motieven zijn. Woon je zelf in een buurt waar de eerste tekenen van het gentrificatieproces al merkbaar zijn? Sluit je aan en wordt lid van de Bond Precaire Woonvormen!

Noten:
1. Projectdocument Locatie Assumburgweg Brandweerkazerne (2017)
2. AlleCijfers.nl (2019), Informatie Buurt Moerwijk-Oost (https://allecijfers.nl/buurt/moerwijk-oost-den-haag/)
3. Revis, B. (2018) Stand van zaken Moerwijk-Oost denhaag.raadsinformatie.nl/document/6993943/2/RIS300908%20Stand%20van%20zaken%20Moerwijk%20Oost
4. Woonbond. Heb ik na de sloop nog recht op een sociale huurwoning? https://www.woonbond.nl/vraagbaak/heb-ik-na-sloop-nog-recht-sociale-huurwoning
5. Hochstenbach, C., Uitermark, J., & van Gent, W. (2015). Evaluatie effecten Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (“Rotterdamwet”) in Rotterdam. Amsterdam: AISSR, Universiteit van Amsterdam.
6. AlleCijfers.nl (2019), Informatie Buurt Moerwijk-Oost (https://allecijfers.nl/buurt/moerwijk-oost-den-haag/)

nl_NLDutch